Zoeken
  • bernardgoovaerts

Een bijzonder bezoek

Na een bezichtiging van de “Domkirke” te Roskilde, waar vele familieleden van het Deense Koningshuis bijgezet zijn, besloot ik een speurtocht te ondernemen naar een locatie, die mij enige tijd geleden via internet bekend was geworden. In deze periode was de inzet van routeplanners nog nauwelijks algemeen gebruik tijdens het autorijden, dus moest ik enig voorwerk met behulp van een landkaart en Google Earth doen, waarna ik dacht voldoende gegevens verzameld te hebben voor een geslaagde onderneming. Vanuit Roskilde zoeken naar een uitgang van de stad duurde even, maar uiteindelijk vond ik autoweg nummer 14, richting Ringsted. De weg voerde al gauw door uitgestrekte goudgele graanvelden, beschenen door een felle zon aan een vrijwel wolkeloze hemel. Hoewel er zich enkele flauwe bochten op het parcours bevonden, was de weg nagenoeg rechtlijnig en bestond de meeste variatie vooral uit het lichte glooien van het zinderende asfalt. Gespannen keek ik op de verkeersborden of ik al een afslag zag staan met de naam, die ik op de landkaart had gevonden. Na ongeveer vijftien kilometer gereden te hebben kwam zonder aankondiging vooraf plotseling het naambordje van een dorp in beeld: Osted. Ik was onverwachts het bedoelde gehucht binnengereden.

Naast de weg, aan de rechterkant, leek een zoveelste graanveld behaaglijk in een lager niveau weg te zakken, badend in de hete zomerzon. Tegen het veld aan stond op ongeveer vijfhonderd meter afstand een bruin kerkje, gebouwd in typisch Scandinavische stijl: klein, met een laag breed torentje, waarvan de top een trapmotief had. Ik moest nog ongeveer een kilometer doorrijden voordat ik rechtsaf kon slaan, het dorp in. Dit was dus Osted, een klein gehucht, midden in de Deense weilanden. Er was geen mens op straat te zien. De weg maakte een ruime bocht naar rechts langs enkele huizen en tenslotte verscheen het kerkje, waartegenover ik mijn auto parkeerde op een parkeerplaats, die verder leeg was. Ik stapte uit en stak de weg over, nadat eerst een eenzame fietser was gepasseerd, de enige mens, die ik tot dan toe in dit plaatsje had gezien. Ik opende aan de overkant een klein blauw hek, dat een doorgang bood door een muur om het kerkje heen. Ik kwam uit op een kerkhof. Een tweetal oude mensen verzorgde een graf, vrijwel aan het begin van het terrein. Ik liep door over het netjes aangeharkte grindpad, de stilte om mij heen verstorend. Aangezien de meeste grafstenen laag waren, had ik een goed overzicht. Langzaam liep ik door naar het achterste gedeelte en meende aan de linkerkant iets te herkennen, dat ik eerder op een foto had gezien. Dichterbij gekomen werd mijn vermoeden bevestigd. Na nog vijftig meter lopen stond ik voor het doel van mijn speurtocht. De grafsteen was grijs, niet donker, maar ook niet licht. Hij stond rechtop, met bovenin de krul van een contrabas. Daaronder stond in duidelijke letters: Niels-Henning Ørsted Pedersen 27/5/1946 – 19/4/2005.

Voor de steen lag een klein tuintje met vooral veel donkergroen, naast de steen twee kleine boompjes. Een surrealistisch idee om hier te staan, om überhaupt dit graf gevonden te hebben, zo diep weggestopt in de binnenlanden van Denemarken. Terwijl ik zwijgend voor de grijze steen stond, dacht ik na. Niels-Henning, geboren in dit onbekende kleine dorpje, speelde op zijn achttiende al met Count Basie en later ook nog met onder anderen Bud Powell, Sonny Rollins, Bill Evans, Dexter Gordon en Ben Webster. Ik had hem vooral, terwijl ik meestal ver van het podium in de zaal zat, zien en horen spelen met Oscar Peterson op het North Sea Jazz Festival in Den Haag. Ik herinnerde mij ook mijn ongeloof toen ik hoorde dat The Great Dane of The Viking, zoals Oscar Peterson hem afwisselend noemde, plotseling was overleden. Na decennialange omzwervingen vol muzikale avonturen met de groten der Aarde ligt hij weer hier, in zijn geboortegrond. Even schiet mij een merkwaardige gedachte te binnen: nooit eerder was ik zo dicht bij Niels-Henning Ørsted Pedersen.

Hij heeft daar een mooie plek.


28 keer bekeken